Nieuwsbrief van het
Wenckebach Instituut
Jaargang 3, nummer 3
mei 2007
 
Veel verpleegkundigen kunnen slecht rekenen
 

Hoe staat het met de rekenvaardigheden van gediplomeerde verpleegkundigen? Die vraag beantwoorden Christien de Jong en Linda Koster in hun afstudeerscriptie voor de studie Gezondheidswetenschappen. Het antwoord baart hen wat zorgen.

      

                     Linda Koster en Christien de Jong

De Jong en Koster studeren Gezondheidswetenschappen en waren op zoek naar een goed afstudeeronderwerp. ‘Een onderwerp waar we zelf wat mee hebben maar waar ook onze organisaties belang bij hebben.’ zegt Christien de Jong, docent Verpleegkunde bij het Noorderpoort College. ‘Bij het Noorderpoort College puzzelde het al langer: hoe kunnen we rekenen beter in het onderwijs brengen? Stagiaires vonden die aandacht overdreven. Ze zeiden: “Dit kan onze werkbegeleider ook niet.” Koster, praktijkbegeleider in UMCG, hoorde hetzelfde: ‘We constateerden eind jaren negentig al een duidelijk probleem qua rekenen bij stagiairs. Daarom zijn we toen begonnen met het toetsen van de rekenvaardigheden van stagiairs en het aanbieden van een voorbereidende module en college. Het Noorderpoort College heeft bovendien het rekenonderwijs beter neergezet.’

Op grond van de reacties van leerlingen en stagiars besloten Koster en De Jong te onderzoeken hoe goed gediplomeerd verpleegkundigen eigenlijk kunnen rekenen.

Ze onderzochten de rekenvaardigheden van gediplomeerd verpleegkundigen in vier ziekenhuizen: het Martini Ziekenhuis, het Scheperziekenhuis, het St. Lucasziekenhuis en het UMCG. De resultaten zijn zorgwekkend, vinden De Jong en Koster. De problemen worden vooral veroorzaakt door het gemis aan basisvaardigheden. Koster: ‘Staartdelingen bijvoorbeeld: studenten kijken hun ogen uit als ik een staartdeling maak.’ Het gaat niet alleen om rekenen, ook gevoel voor getal en grootheden ontbreekt vaak vertelt De Jong.

Extra check
Dat er voorzover de onderzoeksters weten geen ernstige ongelukken gebeuren, is te danken aan het feit dat verpleegkundigen met hun beperking hebben leren omgaan. Zo worden in de Beatrix Kinderkliniek van het UMCG altijd alle berekeningen door een collega gecontroleerd. Bovendien is er heel veel kant-en-klare medicatie. Toch schatten verpleegkundigen over het algemeen hun eigen rekenvaardigheid te hoog in. Dat is een risico, vinden De Jong en Koster: ‘Zo’n extra check bijvoorbeeld. Dat doe je als je onzeker bent. Maar als je je niet onzeker voelt, vind je het niet nodig.’

‘Gelukkig zien wel steeds meer afdelingen het belang.’ vertelt Koster. ‘We zijn de laatste tijd regelmatig gevraagd om de resultaten te presenteren en uit te leggen. Verpleegkundigen die meededen aan het onderzoek schrokken. Het belang om er wat mee te doen wordt door iedereen onderkend.’ De Jong en Koster pleiten in hun rapport voor preventieve maatregelen. De rekenvaardigheid moet regelmatig getoetst worden en zonodig moeten verpleegkundigen aanvullend gerichte cursussen kunnen doen. In onderwijs moet rekenen meer aandacht krijgen. Tijdens de beroepsopleiding maar ook in de vooropleidingen. Bovendien zou wiskunde een toelatingseis moeten zijn, vinden Koster en De Jong.

Basic
Het is verleidelijk om de slechte rekenvaardigheid in verband te brengen met het nieuwe leren. Toch is dat absoluut niet aan de orde. Oudere verpleegkundigen maakten minstens zoveel fouten als jongere verpleegkundigen. Op verzoek van Wolters Noordhoff werkt Koster aan een nieuw leerboek over rekenen in de verpleegkundige beroepspraktijk. ‘Daarin gaan we de stof behandelen op basis van praktische problemen. Maar we beginnen wel heel basic. Staartdelingen en zo. Daar zit de crux.’

Het Wenckebach Instituut ontwikkelt momenteel een training Rekenvaardigheden voor gediplomeerd verpleegkundigen. De cursus wordt komend cursusjaar aangeboden.

 

 

Terug naar voorpagina