Nieuwsbrief van het
Wenckebach Instituut
Jaargang 3, nummer 3
mei 2007
 
Zeven Teaching Hospitals en het UMCG tekenen raamovereenkomst over opleiden
 

Zeven voorzitters van zeven Raden van Bestuur kregen de afgelopen maanden in zeven verschillende bijeenkomsten het predikaat Teaching Hospital UMCG. Zij formaliseerden de samenwerking rond onderwijs en opleiden en tekenden daartoe een raamovereenkomst met het UMCG. Daarmee kregen zij het officiële predikaat ‘Teaching Hospital UMCG’. Bovendien kregen ze een bord dat bij de hoofdingang bevestigd kan worden. Op het bord staat de naam van het eigen ziekenhuis en opleidingsinstituut plus het logo ’Teaching Hospital UMCG’. Patiënten, bezoekers, relaties en medewerkers weten dat zij hier kwaliteit en aandacht voor kennisoverdracht kunnen verwachten.
 

     

 
Internist Jan Willem Kappelle is hoofd van het Auletius Instituut, het opleidingsinstituut van het MCL. Noor van Leeuwen was tot 1 januari 2007 directeur van het Wenckebach Instituut en begeleidt momenteel als projectdirecteur voor het UMCG de uitbouw van de Onderwijs en Opleidingsregio Noord- en Oost-Nederland.

Het is voor elkaar
De vraag wat een Teaching Hospital is, is niet eenduidig te beantwoorden, stelt Kappelle. ‘In het algemeen is een Teaching Hospital een ziekenhuis waar het opleiden in alle lagen van de organisatie is ingebed. Er is een goede infrastructuur voor het onderwijs, er is kennis en ervaring, er zijn faciliteiten. Of het nu gaat om de opleiding tot medisch specialist, verpleegkundige opleidingen of de opleiding van co-assistenten, je moet het goed voor elkaar hebben. Eigenlijk mag je als student of cursist niets merken van de organisatie. Het is voor elkaar. Klaar.’

In maart tekenden de bestuursvoorzitters van het UMCG en het MCL een samenwerkingsovereenkomst over opleiden. In april volgden het Martiniziekenhuis en het Deventerziekenhuis. De andere opleidingsziekenhuizen waren hen al voorgegaan. Steeds werd dit bezegeld met het aanbieden van het bord 'Teaching Hospital’. Van Leeuwen: ‘De overeenkomst is het resultaat van een proces. Je hebt als het ware de samenwerking geijkt. En je richt je nu op de toekomst.’

Met de samenwerkingsovereenkomst willen de ziekenhuizen onder meer de kwaliteit van de medische opleidingen en de zorgopleidingen bevorderen en zorgen voor voldoende opleidingsplaatsen voor alle beroepsgroepen in het ziekenhuis. Van Leeuwen: ‘De ziekenhuizen werken al langer nauw samen rond alle opleidingen. Die samenwerking is ontstaan op basis van persoonlijke contacten. Nu is die samenwerking op organisatieniveau bekrachtigd en krijgt daarmee een extra impuls.’

Resultaten
Kappelle vindt deze aanpak kenmerkend voor de manier waarop ziekenhuizen binnen de OOR NO te werk zijn gegaan. ‘Een bottom-up-aanpak. Dat kost tijd maar levert ook onderling vertrouwen op.’ Van Leeuwen benoemt enkele resultaten: ‘Er is transparantie over de aanpak en de keuzes. Zaken worden open met elkaar besproken. Het succes blijkt bijvoorbeeld uit de samenwerking rond docentprofessionalisering, het onderzoek naar opleidingscapaciteit voor aios de R-factor en het project In VIVO.’

Kappelle is blij met het predikaat ‘Teaching Hospital: ‘Het draagt bij aan het beeld dat we als MCL willen neerzetten. Wij zijn een lerende organisatie. Want dat is een groot voordeel van het werken met veel studenten. Je krijgt mensen binnen die beschikken over de nieuwste kennis. Je houdt elkaar scherp. Dat kan de zorg alleen maar verbeteren.’

Zeven Teaching Hospitals
Er zijn zeven Teaching Hospitals rond het UMCG:
- Deventer Ziekenhuizen
- Isala Klinieken
- Martini Ziekenhuis
- Medisch Centrum Leeuwarden
- Medisch Spectrum Twente
- Scheper Ziekenhuis
- Ziekenhuisgroep Twente (Almelo en Hengelo)

 

 

Terug naar voorpagina