Nieuwsbrief van het
Wenckebach Instituut
Jaargang 2, nummer 6
November 2006
 
Studenten bereiden zich voor op de praktijk
 

Groep 13 oefent de venapunctie. Janke Stienstra is enthousiast. Ze is junior co-assistent en prikt voor het eerst. Op een kunstarm gelukkig. ‘Het lijkt zo vanzelfsprekend als de docent het voordoet. Als ik het zelf doe, merk ik dat je bij elke handeling moet nadenken. Ik wil het graag nog een keer oefenen voordat ik over vier weken de toets moet doen.’

Docent Jannet Veenstra, huisarts en parttime docent bij het Klinische Trainingscentrum, attendeert de groep op de e-learning les van het Wenckebach Instituut. Studenten kunnen die les volgen via Nestor. Zo kan Iedereen het thuis nog eens nalezen en de digitale toets doen. Janke, haar groep 13 en nog zo’n 400 andere geneeskundestudenten zijn de eerste lichting van de masterfase van G2010, het nieuwe curriculum voor de geneeskundestudie. Het programma ging in september van start.

Bachelorfase en masterfase

G2010 bestaat uit de bachellorsfase en de masterfase. Beide fases duren drie jaar. De masterfase is praktijkgericht. In het eerste master-jaar zijn de studenten junior co-assistent, in het tweede jaar senior co-assistent en in het derde jaar semi-arts. Het eerste jaar van de masterfase bestaat uit vier blokken van tien weken. De studenten gaan eerst vijf weken naar het Klinisch Trainingscentrum, daarna vijf weken naar de kliniek. De eerste twee weken in het Klinisch Trainingscentrum zijn plenair. Vervolgens gaat men in groepjes uiteen. Ze worden dan ingedeeld volgens de disciplines waar ze na die vijf weken hun klinische stage lopen.

Beter beslagen ten ijs

Martha Dekker is hoofd van het Klinische Trainingscentrum. Ze vertelt waarom de opzet is veranderd: 'In het vorige curriculum leerden de studenten in het derde jaar een vaardigheid die ze anderhalf jaar later pas in praktijk konden brengen. Nu is dat anders. Wat ze vandaag in het Klinisch Trainingscentrum oefenen, komen ze over twee of drie weken in de praktijk tegen. Ze komen dus beter beslagen ten ijs.'

Martha Dekker

Complexer

Het eerste jaar van de masteropleiding bestaat uit vier onderwijseenheden: Beweging, Geneeskunde, Heelkunde en Levenscyclus. Daardoorheen lopen de onderwijslijnen Consultvoering, Professionele ontwikkeling en Kennisprogressie. Elke eerste week in het Klinisch Trainingscentrum staat in het teken van consultvoering. Daarin komt alles aan de orde wat een arts in het contact met de patiënt tegenkomt: vanaf de anamnese tot het laatste afrondende gesprek. Dekker: ‘De eerste week heeft de simulatiepatiënt buikklachten, de tweede week is het een simulatiepatiënt met buikklachten en tevens een vorm van dementie en in week drie gebruikt de patiënt ook nog eens veel medicatie. De problematiek wordt dus steeds complexer. Bovendien vergt het telkens andere communicatieve vaardigheden.’

Ook theorie

In het Klinisch Trainingscentrum oefenen de studenten niet alleen hun vaardigheden. Door interactieve werkcolleges en klinische werkconferenties verdiepen zij hun theoretische kennis. Specialisten uit het ziekenhuis verzorgen deze bijeenkomsten. Zij nemen dan vaak een patiënt mee. Dekker: ‘Studenten vinden dat een enorme verrijking: je ziet patiënten en hoort uit hun mond over de ziekte en wat het voor hen betekent.'

Megaklus

De eerste indruk van de studenten is positief. Ze zijn enthousiast over het leren van de klinische aspecten, zien veel voorbeelden van de artsenpraktijk en de begeleiding is goed. De planning en organisatie zijn nog wel voor verbetering vatbaar, vinden veel studenten. Dat herkent Dekker wel: 'Het is een megaklus. Docenten, ict'ers, programmeurs, roosteraars, amanuenses, producenten: iedereen werkt enorm hard en met veel plezier maar inderdaad, het verloopt nog niet vlekkeloos. Maar over een half jaar zijn we een heel eind verder.

 

 

Terug naar voorpagina