|
Je moet het hier zelf doen
Het UMCG is uitgeroepen tot het Beste OVDB Leerbedrijf van Nederland in 2006. Coördinator Jan Boonstra, regieverpleegkundige Dita Duijndam en leerling Henriët Drent begrijpen waarom de jury dit jaar het UMCG in het zonnetje zet. Henriët Drent: ‘Hier willen collega’s je graag helpen.’
De prijsuitreiking vond dinsdag 3 oktober plaats tijdens het jaarcongres van de OVDB. De prijs is ingesteld om het praktijkleren te stimuleren en onder de aandacht te brengen. Er zijn dertigduizend leerbedrijven geregistreerd bij de OVDB. De OVDB is het kenniscentrum voor het leren in de praktijk in de gezondheidszorg, welzijn, sport en dienstverlening.

Jan Boonstra is (samen met Richard van Dijk) coördinator van de initiële opleidingen bij het Wenckebach Instituut. Hij vertelt hoe het begon. ‘Gerda Boersema, consulent van de OVDB, vroeg of we mee wilden dingen. We hebben toen een uitgebreid rapport geschreven. Een OVDB-commissie heeft een diepte-interview afgenomen en bovendien maakte de OVDB een videoreportage over onze aanpak.’ De videoreportage bleek een doorslaggevende rol te spelen in de uiteindelijke keuze voor de winnaar. Boonstra: ‘De film laat goed zien hoe het UMCG als leerbedrijf in de praktijk functioneert.’
Complimentjes
Hoofdpersoon in de film is Henriët Drent. Henriët is 20 jaar en werkt als vierdejaars leerling verpleegkundige bij het UMCG. Ze doet het theoriegedeelte van opleiding bij het Alfa College.
‘Ik leer door te zien en door te doen. Deze duale variant is voor mij ideaal. In één jaar heb ik hier meer geleerd dan ik in drie jaar op een school zou hebben geleerd.’
Henriët is enthousiast over het UMCG als leerbedrijf. ‘In de eerste twee jaar van mijn opleiding deed ik ook stages in andere instellingen. Vaak had men zoiets van “niet weer een stagiaire”. Hier willen collega’s je graag helpen. Mensen denken met je mee en leven met je mee. Je krijgt ook complimentjes als iets goed gaat. Er is hier een veilig leerklimaat.’ Boonstra hoort dat van meer leerlingen en stagiaires: ‘Zij voelen zich hier welkom. Je kunt je vragen stellen en de begeleiding is goed georganiseerd. Het is niet zo dat we hier zeggen: “Kom maar op, spring maar achterop de fiets, we brengen je wel.” Je moet het hier zelf doen. Maar we nodigen leerlingen hartelijk uit om te leren.’
Prikbord
Het Wenckebach Instituut legt de verantwoordelijkheid voor het leerproces bij de studenten zelf. Dita Duijndam is regieverpleegkundige onderwijs op E3. Zij legt uit hoe dat in de praktijk gestalte krijgt. ‘Leerlingen en stagiaires komen op de afdeling met een werkplan. Wat willen ze hier komen leren? Ze houden zelf het leerproces in de gaten. De werkbegeleider vraagt ’s morgens wat de doelen voor die dag of voor de komende periode zijn. De leerlingen hebben dat op papier. MBO-leerlingen net zo goed als HBO leerlingen.’ Henriët toont een dikke groene map waarin ze haar vierde jaar plant en de voortgang beschrijft. Het is nog maar oktober en de map is al half vol. Er staat uiterst systematisch in beschreven op welke leerlijnen ze welke doelen heeft en wat ze per leerlijn al heeft bereikt. Duijndam: ‘Als werkbegeleider en collega’s krijgen we van de leerling een overzichtje waarop staat wat zij nog moet doen op de afdeling. Dat overzicht hangt op het prikbord. Iedereen bekijkt dat ook. Als de leerling nog een katheterisatie moet zien en die situatie doet zich juist voor, dan vragen we de leerling er even bij.’
Scoren
Henriët verwoordt het zo: ‘De begeleider loopt niet achter me aan. Ik heb een portfolio waarin heel verschillende leerdoelen staan. Ik moet daar op scoren. Om te bewijzen dat ik een bepaald leerdoel heb behaald, moet ik erop beoordeeld worden. Ik heb een werkplan voor tien weken. En daarmee loop ik rond. Wat kan ik hier leren, welke opdracht kan ik hier aan koppelen? Als ik hoor dat er iemand een thoraxdrain gaat doen, spits ik mijn oren: dat moet ik ook nog zien.’
Hoe verklaart Jan Boonstra dat goede leerklimaat? ‘Afdelingen zijn over het algemeen blij met een leerling of stagiaire. De begeleider moet als zij een bepaalde handeling wil uitleggen, ook uitleggen waarom het werkt zoals het werkt. Waarom doe je wat je doet? Dat kan vermoeiend zijn maar tegelijkertijd voorkomt het dat er al te veel routine insluipt in je werk.’ Dita Duijndam vult aan: ‘Leerlingen en stagiaires zijn collega’s in spe. Die wil je zo goed mogelijk afleveren.’
Een enorme eer
De prijs “OVDB-leerbedrijf van het jaar” staat niet op zichzelf. Boonstra: ‘De OVDB werkt voor de bedrijfstak ‘gezondheidszorg, welzijn, sport en dienstverlening.’ Iedere bedrijfstak heeft zo’n kenniscentrum. Die achttien kenniscentra zijn verenigd in de Colo, de vereniging van kenniscentra voor het beroepsonderwijs. De Colo houdt in het voorjaar een verkiezing ‘Leerbedrijf van het jaar’. De OVDB heeft ons daar nu dus voor aangemeld.’ Boonstra zou het mooi vinden, om die prijs te winnen: ‘Voor het UMCG is het natuurlijk belangrijk. Maar het is natuurlijk een beetje appels en peren met elkaar vergelijken. Ik vind het nu al een enorme eer dat we binnen de werkgebieden van de OVDB als beste leerbedrijf zijn uitgeroepen. Dat maakt trots.’
Uit het juryrapport
'Het UMCG is een zeer gedegen leerbedrijf met een breed scala aan leeractiviteiten waarin alle kwalificaties zijn vertegenwoordigd. Vanuit het Wenckebach Instituut zijn alle faciliteiten van het leren van A tot Z stevig verankerd in de organisatie. De kwaliteit en continuïteit van het leerbedrijf is zo goed geborgd. Ontwikkelingen worden op de voet gevolgd en geïntegreerd in de leerstof. Het ziekenhuis onderneemt talrijke initiatieven en heeft als leerbedrijf een voortrekkersrol in de regio. De wijze waarop kennis wordt gedeeld met de omgeving is uniek en een voorbeeld voor de zorginstellingen. Hoewel het UMCG een universitair ziekenhuis, is er volop aandacht voor de MBO-leerling. Hun opleiding is zo goed verzorgd dat ze na het afronden van het BPV-traject (beroepspraktijkvorming) op een natuurlijke wijze in een eerste baan kunnen stappen.'
|